De Optometriepraktijk
Afgelopen vrijdag schreef ik over de ‘Opticien van de Toekomst’. Althans, zoals VSP Vision in Amerika die voor zich ziet. Wie het hele rapport goed leest, zal het duizelen van de ontwikkelingen en nieuwe mogelijkheden, het aantal bedrijven (waaronder veel start-ups) dat daarmee bezig is en de technologie die nodig is om het allemaal te verwezenlijken. AI en nieuwe technologie spelen in die versie van de ‘Opticien van de Toekomst’ de hoofdrol. VSP Vision ziet ogen als de toegang tot heel veel informatie over gezondheid in het algemeen. Iets dat veel verder gaat dan alleen die van het oog laat staan van alleen de sterkte bepaling. De consument is vooral een patient die geholpen moet worden en de opticien of optometrist is het eerste station waar zo’n consument terecht komt. Al met al een nogal klinische omgeving waar mode en lifestyle niet of nauwelijks een rol spelen.
De mode en lifestylewinkel
Diezelfde mode vormt natuurlijk al heel lang de andere kant van ons vak. De ontwikkelingen gaan er stukken minder snel dan in de hierboven geschetste ‘zorg’ omgeving. Er zijn weliswaar steeds meer ‘merken’ maar er is vooral ook heel veel van hetzelfde en weinig ‘merken’ investeren in echte naamsbekendheid bij de consument, laat staan in het creëren van vraag. Desalniettemin is er voor de optiek juist op het gebied van mode en lifestyle nog heel veel te ontwikkelen omdat de kennis ervan traditioneel ver achter blijft van die van de zorg.
Wat wil je zijn?
De vraag is, wat wil je als opticien zijn? De optometriepraktijk waar je ook brillen kunt kopen of de modewinkel waar je ook je ogen kunt laten testen.
Het eerste scenario

In het eerste scenario ontwikkelen optiekzaken zich tot eerstelijns gezondheidspraktijken die op termijn voor hun inkomsten volledig afhankelijk zullen zijn van de zorgverzekeraars. Ondernemen en je onderscheiden zal nauwelijks een rol meer spelen. Door de groei van kennis en de toename van de mogelijkheden van onderzoek en behandelingen zal de vraag alleen maar groeien en waarschijnlijk groter zijn dan het aanbod net zoals dat nu al bij bijvoorbeeld (huis)artsen en fysiotherapeuten het geval is.
Echt concurreren en marketing of communicatie zullen nog minder dan nu al het geval is, nodig zijn. De spreekkamers worden vanzelf gevuld met ‘patienten’ die je aan de hand van hun ogen screent op hun gezondheid waaronder ook die van hun ogen inclusief het bepalen van een eventuele sterktecorrectie.
Het tweede scenario

In het tweede scenario ben je een winkel waar de klanten vooral komen om met een mooie bril of zonnebril hun identiteit een boost te geven. Precies zoals ze dat ook met kleding, met hun auto of boot, met hun huis of met welk ander statussymbool dan ook doen.
Natuurlijk bied je die klanten ook hoogwaardige oogmetingen en goede oogzorg aan maar anders dan in scenario 1 ligt daar niet de nadruk op. Het is gewoon een bijkomende vanzelfsprekendheid die je klanten mogen verwachten.
Met meerdere van dat soort winkels in de regio of de stad is het noodzakelijk dat je je profileert, een duidelijke doelgroep aanspreekt, echt verstand van mode en lifestyle ontwikkelt en vooral de juiste collecties (die passen bij je doelgroep) verkoopt.
Marketing en communicatie spelen in dit scenario een belangrijke rol net als de vormgeving van je winkel, je eigen presentatie en die van je medewerkers. Kort gezegd moet wat je doet en wat je aanbiedt geloofwaardig zijn en moet je zelf het prototype zijn van de klant die je graag in de winkel ziet.
Kunnen beide scenario’s samen in 1 winkel?

Kunnen beide scenario’s in 1 winkel? Niet of nauwelijks tenzij je zoveel ruimte hebt dat je ze nadrukkelijk van elkaar kunt scheiden en dan dus toch eigenlijk 1 praktijk en 1 winkel hebt.
Natuurlijk zien we nu al hier en daar een aanzet tot deze ontwikkeling maar meestal blijft het een beetje steken bij die aanzet en wordt er nooit echt doorgepakt. Niet in de winkel, niet in de presentatie, niet in de marketing en de communicatie en niet in de energie die nodig is om 1 van beide scenario’s tot een succes te maken.
De toekomst zal leren of het beter is of zelfs noodzakelijk om dat wel te doen.










